logo
Elisabeth-parochie Midden Zeeuwsch-Vlaanderen

G
eloofsgemeenschap  Sas van Gent   
kerk Sas van Gent

Parochiecommissie Contactpersonen & werkgroepen Financiën Geschiedenis Vieringen/koren
Doopbewijzen & Misintenties
terug
Geschiedenis

Sas van Gent

Sas van Gent heeft niet zo’n oude papieren, al is er in de kerk wel een aantal zaken overgebleven uit oude tijden.
Hieronder volgt een kort overzicht van de geschiedenis:

Sasse Vaart

In 1547 kwam de Sasse Vaart tot stand: een kanaal dat Gent met de Schelde verbond. Het was een groot succes en vormde een grote handelsverbinding vanuit Gent met Noord-Europa. Op het eind van de Sasse Vaart was een sluis, waardoor schepen op de Schelde konden komen en andersom. Daar omheen ontstond een nederzetting. Bij een nederzetting hoorde toen een kerk of kapel. Daar is niet zoveel over bekend.

Wel komt Sas van Gent voor in de visitatieverslagen van bisschop Triest, die in 1625 melding maakt van een kapel met drie altaren. Een paar jaar later was er een kerkhof. In 1643 waren er wel 1100 communicanten, wat waarschijnlijk redelijk overdreven was.

In Sas van Gent stond dat kerkje bekend als “Het Cappelleken”. Het stond op het hoge Sas, daar waar nu de oprit naar de brug is.

In 1644 valt Sas van Gent in handen van Frederik Hendrik en is het gedaan met de openbare uitoefening van “den Roomschen Godsdienst”. Er was bepaald dat de katholieken hun godsdienst mochten behouden, maar ze mochten die niet openbaar belijden. Het “Cappelleken” of “Kercxken”kwam in handen van de gereformeerden, die het gebruikten als hun kerk tot aan de voltooiing van de nieuwe kerk in 1658. Twee jaar later werd het kerkje verkocht.

Maar voor geld was ook toen al veel mogelijk. In 1686 werden in Sas van Gent alweer katholieke diensten gehouden, waar ook mensen uit “den Autrichen Polder” (Westdorpe) naartoe kwamen. Zij moesten bij de poort een stuiver betalen voor de “armenkas” van de gereformeerde gemeente.

Vanwege het groeiende aantal katholieken dat zich in en om Sas van Gent vestigde, vroegen L. Aschoot en Guillaume Poelman, daartoe door de katholieken gemachtigd, aan het stadsbestuur ‘om hunne godtsdienst te mogen doen exerceren’. Zij boden 200 gulden te geven voor de stuiver poortpacht. Op 11 augustus 1705 wordt hun verzoek toegestaan. De dienst zal voortaan geleid worden door paters uit het minderbroedersklooster te Gent.

De doopboeken beginnen in 1709, d.w.z. er werd hier toen zeker gedoopt. Dan moet er een kerk of kapel zijn geweest. De parochie werd op kerstmis 1720 officieel opgericht.

Parochie

Sas van Gent werd voorheen vanuit Zelzate bediend. Er bestaat een lijst van “bedienaren” (priesters die elders woonden) vanaf 1709. De eerste officiële pastoor was Judocus Moens, met wie de geloofsgemeenschap van Sas van Gent in 1720 een contract sloot, waarin de hele parochie zich schriftelijk garant stelde voor het salaris en andere bestaansmogelijkheden van de pastoor. Het kerkbestuur moest niet alleen voor de eigen opvolging zorgen, maar ook voor de inkomsten. Ieder werd daarbij naar draagkracht aangeslagen. Dat werd dwingend opgelegd. Betaalde men niet, dan werd men voor de wereldlijke overheid gedaagd en gedwongen te betalen. Dat was nog wat anders dan een vrijwillige parochiebijdrage.
Deze wijze van inkomstenwerving werd tot 1822 gehandhaafd.
De toelating om de “roomsche godsdienst” uit te oefenen hing midden 18e eeuw ook af van de vrijheid die de protestanten “onder het kruis” in Maria Horebeke en Mater in de Zwalmstreek in het katholieke België genoten. Kregen die problemen, dan werd de katholieke kerk in Sas gesloten. Sas van Gent was een soort wisselgeld tussen de Staten-Generaal en het toenmalige Oostenrijk. De protestantse gemeente in de Zwalmstreek bestaat nog steeds. In de 18e eeuw behoorden de lidmaten van deze gemeente officieel tot de gereformeerde gemeente van Sas van Gent.

 

De kerk

In 1738 wilde het kerkbestuur “kerkenhuis” aan het Zeelandia-bolwerk restaureren. De pastoor woonde toen al op de Markt.Men kreeg geen toestemming tot restauratie, maarwel mocht men aan de Markt een huis kopen - naast depastoorswoning – en datinrichtentot kerkenhuis, zonder dat het de uiterlijke gedaante van eenAnno 1889kerk mocht hebben. Het wasdus een ‘kerkschuur’. Dat is te zien aan foto van de achterkant van de oude kerk. De foto is genomen vanaf de Molenberg.Duidelijk is te zien, dat de kerk aan de achterkant er uit zag als een schuur. Dat was het voorschrift van de Staten Generaal der Nederlanden in de 18e eeuw als het ging om de bouw van een kerk voor katholieken. Rechts is de pastorie te zien, gebouwd in 1875. De foto dateert van vóór 1890. De huizen tussen kerk en pastorie staan er nog allemaal. Zij werden voor de bouw van de nieuwe kerk (1890-1892)  afgebroken.

klik voor vergroting

Dat gebouw werd in 1792 vergroot en in 1797 voorzien van een orgel. Het kreeg een toren in 1803 en bleef dienst doen tot 1892. Anno 1889 voorkant

schilderij van de SurgeloosUit die oude kerk zijn nog enige zaken bewaard gebleven. Het oudste is een oliedoosje (voor de ziekenzalving uit 1768). Een kelk uit 1787 wordt tegenwoordig nog bij iedere eucharistieviering gebruikt. Verder is er: een houten Mariabeeld van vóór 1834, het grote schilderij in hetpriesterkoor uit 1842, een ander schilderij - de bewening van Christus - van nog oudere datum, een wijwateremmer van rond 1840, een processiekruis uit dezelfde tijd en de doopvont uit het midden van de 19e eeuw. Ze sieren de huidige kerk op of worden nog steeds gebruikt.

Schilderij uit 1842 van de Surgeloos

De Cuyperskerk

In de 2e helft van de 19e eeuw werden in onze streken overal nieuwe kerken gebouwd omdat de oude te klein waren voor het groeiende aantal gelovigen, dat elke zondag naar de kerk moest en daar een plaats moest hebben.
Rond 1830 was de parochie al toegewijd aan H. Maria Hemelvaart en was het dus de parochie van H. Maria Hemelvaart, maar dat is een andere zaak. Hoe de parochie vroeger heette, is niet bekend.

Jos Cuypers 1890Door schenkingen en erflatingen was er een goed gevulde kas. In 1890 besloot het toenmalige kerkbestuur onder leiding van pastoor Blankers tot de bouw van een nieuwe, veel grotere kerk. Architect was Jos Cuypers uit Amsterdam. Hij was zoon van de beroemde Pierre Cuypers en vriend, misschien zelfs handelspartner van de toenmalige burgemeester van Sas van Gent: Louis Stevens.
Cuypers ontwierp een voor die tijd zeer moderne kerk, waarin de nieuwste bouwmaterialen werden gebruikt: beton. Daarom werd de kerk op het eind van de 20e eeuw een rijksmonument.


Aannemer was Cornelis Mulders uit Raamsdonkveer. De kerk werd gebouwd voor ƒ 52.000 en was binnen twee jaar klaar en afbetaald. 
Uit de bouwperiode dateren enkele gebrandschilderde ramen van de firma Nicolas uit Roermond. Verder zijn er ramen uit 1930 van Coppejans uit Gent en nog zes kleinere ramen uit 1956 van Piet Clijsen uit Tilburg.
De neogotische inrichting zoals altaren en beelden is rond 1965 bij de liturgievernieuwing na het Tweede Vaticaans Concilie uit de kerk verwijderd. Wat er nog van over was, is vanaf 1980 beetje bij beetje gerestaureerd en weer in de kerk geplaatst. In 2005 werd een geschilderde kruisweg van rond 1910, afkomstig uit de kerk van Groede, aan de kerk geschonken en door enkele vrijwilligers in het schip bevestigd.
De kerk bezit een goed onderhouden orgel uit 1927. Het is het grootste van de Elisabeth-parochie. Het klinkt dankzij de uitstekende akoestiek van de kerk voortreffelijk en wordt, naast de liturgie waar het regelmatig in functioneert, ook ieder jaar gebruikt voor enkele orgelconcerten.

Inventaris en archief

Toen de fusie van de parochies uit onze regio op handen was, is de inventaris van de kerk opnieuw beschreven en gefotografeerd. De foto’s en de beschrijvingen worden landelijk in Utrecht bewaard. Het parochiebestuur moet er op toezien dat er niets verkocht, vervreemd, verwijderd wordt of op een andere manier verdwijnen kan.
Het oude archief is aan het begin van de 20e eeuw door kapelaan Juten, een historicus, geordend. Samen met het jongere archief is alles in 1997 gedeponeerd in het Rijksarchief te Middelburg, waar het door iedereen geraadpleegd kan worden.
Over de geschiedenis van de parochie en het parochieleven is in 1982 een gestencild boekje verschenen; over de bouw en de inrichting van de kerk in 1992 een ander boekje. Dat laatste is in 2005 herwerkt tot een artikel in de Kroniek van de Heemkundige Kring van Sas van Gent. Alle drie zijn te vinden in de Openbare bibliotheek van Sas van Gent.

Bestuur

De bestuursvorm van de parochie ging met zijn tijd mee. Vanaf het begin was er een kerkbestuur. Het officiële sociale gezicht van de parochie werd sinds 1785 behartigd door het armbestuur, dat toen werd opgericht. Rond 1965 werd het armbestuur gewijzigd in het caritasbestuur. In 1979 kwam er een zeer actieve parochievergadering, waarin kerkbestuur, caritas en alle werkgroepen waren vertegenwoordigd. Sinds 1988 werd er gestreefd naar een gezamenlijk bestuur van Philippine, Westdorpe, Zandstraat en Sas van Gent, wat uiteindelijk gerealiseerd werd in de Personele Unie Kanaalzone-Zuid. Dat laatste bestuur kreeg eervol ontslag en werd opgeheven bij de oprichting van de Elisabeth-parochie in 2003.

 

Orgelgeschiedenis van de Cuyperskerk

Het orgel Toen de bouw van de kerk in 1892 bijna voltooid was, werd het orgel van de oude kerk overgeplaatst. De parochie had dat orgel in 1797 aangekocht van het tijdens de Franse Revolutie opgeheven klooster de Groenen Briel in Gent. Waarschijnlijk telde het toen acht registers. Het werd sindsdien onderhouden door de beroemde orgelbouwerfamilie van Peteghem uit Gent. Rond 1860 werd een nieuw trompetregister geplaatst.
Dat orgel bleef in gebruik tot 1926. Toen was het zo slecht, dat men dacht dat het niet meer te repareren was. Tegenwoordig zouden we het restaureren.

Het orgel neemt een bijzondere plaats in de parochie in. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van het orgel: klik hier.